Nieuws
dinsdag 30 mei 2023
De Wilde Weelde Wereld in het tuinencomplex in Appeltern is een voorbeeld van een tuin waar wilde, inheemse planten zijn gecombineerd met gecultiveerde planten of wilde planten uit andere delen van Europa.
Wat maakt deze tuin tot een natuurlijke tuin? Hoe pas je wilde planten toe in je tuin? Dit artikel geeft je daarvan een indruk.

Wat is een natuurrijke tuin?
Een natuurrijke tuin maak je als je een tuin wil maken die aantrekkelijk is voor insecten, vogels en dieren. Landschappen en biotopen uit de natuur zijn de inspiratie voor het tuinontwerp. Voorbeelden daarvan zijn: de zonnige bosrand, schaduwrijke bosrand, zand/duin, water en vocht, weide of ruigte. De plantengemeenschappen die je in die biotopen aantreft, vormen het uitgangspunt voor de plantkeuze aan wilde planten. Daarnaast is de bodem de basis en bepaal je welk bodemtype in jouw tuin aanwezig is. Ten derde kijk je bij het kiezen van planten naar alle vormen die een plant kan hebben: de bladvorm, de hoogte, de bloeiwijze maar ook de uitgebloeide vorm van de plant kan heel bepalend zijn voor je keuze.
Wilde planten zijn niet gecultiveerde inheemse planten, die in Nederland voorkomen. Herkomst kan van heel lang geleden zijn, maar ook ingeburgerde planten worden inheems. Stinzen zijn afkomstig uit o.a. Turkije en worden nu tot inheemse planten gerekend, https://plantenvanhier.nl/inheemse-flora.html
De drie V’s zijn bepalend voor wilde planten. Deze planten zijn optimaal aangepast aan de kwaliteit van het stuifmeel om insecten zoals wilde bijen te voeden.
Variatie: meer open bloemen, kleine bloemen, schermbloemen voor wilde bijen, grote bloemen bv. akeleien, lissen voor hommels. Bloemen met lange kelken voor vlinders.
Voedsel: bessen, nectar en stuifmeel. Wilde planten hebben optimaal voedsel voor wilde bijen. Optimale adaptatie (aanpassing) vind je bij sommige bijensoorten zoals de knautiabij op Knautia arvensis (beemdkroon), resedabij op Reseda lutea (wilde reseda), kattenstaartbij op Lythrum salicaria (kattenstaart).
Voortplanting: optimale voortplanting van wilde bijen. Veiligheid is een vierde V die betrekking heeft op goede veilige nestelplekken om te kunnen voortplanten.
Cultivar is de afkorting voor cultuurvariëteit en zijn door kwekers geselecteerd tot ‘betere’ planten voor de tuin. Cultivars hebben een grotere diversiteit in kleuren, zijn soms gevuldbloemig, zijn feller van kleur, zijn sterker, vallen minder om, hun gedrag is vaak ‘netter’, maar zijn vaak minder vruchtbaar. Kijk bij cultivars heel goed naar de bloeiwijze, want alleen open bloemen met enkelvoudige bloemblaadjes zijn toegankelijk voor bijen. Je mag natuurlijk voor de vorm van het ontwerp een keuze maken voor een cultivar, maar probeer daarbij te letten of de cultivar nog stuifmeel en/of nectar produceert.
Wilde planten toepassen vereist dat je wel enige kennis hebt van wilde inheemse planten. Niet alleen de naam is van belang maar ook hoe de plant zicht gedraagt, woekert hij, welke hoogte, kleur en vorm heeft de plant. Je kunt op verschillende plekken floracursussen volgen. Binnen de vakgroep Wilde Weelde is een werkgroep gestart met proefborders van wilde planten. Deze borders liggen in de WWW-tuin in Appeltern, in Olst bij kwekerij Holsto en in de Hortus in Amsterdam. Over dit experiment schrijven we in een volgende nieuwsbrief uitgebreid.
De landschappen die de inspiratie vormden voor de Wilde Weelde Wereld zijn het stinzenbos, de weides, de schaduwrijke bosrand, het struweel, de natte omgeving bij de vijvers en het stedelijke, droge deel bij de stadsborders. De tuinkamers hebben ieder hun eigen karakter zoals de zevenbladtuin en de eetbare tuin. Na bijna tien jaar is de tuin nog steeds in ontwikkeling.
De bodem in Appeltern is rivierklei, wat bepaalt dat er uitbundige groei plaatsvindt, maar dat het even duurt voordat een plant is aangeslagen. Compost aanbrengen is een essentieel onderdeel van de bodemverbetering hier.
Bij de stapelmuren zijn klimplanten gezet. De wilde wingerd, Partenocissus quinquefolia en Schisandra chinensis zijn beide niet inheems; hun vruchten zijn aantrekkelijk voor vogels. De gewone kamperfoelie is wel inheems, de Japanse kamperfoelie niet.

De stadsborders zijn ingericht vanuit het idee kleurrijke borders te maken die een breed publiek aanspreken en die de doorsnee gemeente-groenwerker goed kan onderhouden. Een border die zowel in openbaar groen als bij een particulier toegepast kan worden; vooral planten die betekenis hebben voor bijen en/ of vlinders en een aantal aansprekende inheemse wilde planten. De inheemse wilde planten zullen op allerlei plekken opduiken en soms verdwijnen waar ze eerst zijn aangeplant. Er staan Sedum Hebstfreude en een wilde Sedum telefinum. De wilde is bij toeval erbij geplaatst. De ene blijft polvormend, de wilde heeft langere stengels en zaait meer uit.
Wilde planten in de border:
Bij de zwemvijver is gekozen voor opvallende vormen, zowel wild als gecultiveerd, bijvoorbeeld:
Stinzentuin
Stinzen zijn ingeburgerde planten uit Friese stinzen. Ze zijn van oorsprong wild en geïntroduceerd op landgoederen en daar soms verwilderd. De volgende drie heesters worden soms ook tot de stinzenplantengerekend: Staphylea pinnata (pimpernoot), uit het oostelijk Middellandse Zeegebied en Midden-Europa, Ribes alpinum (Alpenbes) uit Eurazië en Rubus spectabilis (prachtframboos) die van nature voorkomt in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. Groepen planten zijn veelal bodembedekkers. Maar ook solitairen zijn stinzenplanten, zoals Doronicum pardalianches (hartbladige zonnebloem) en Doronicum plantaginea (weegbreezonnebloem), Carex sylvatica (bosveldbies; inheems) Carex strigosa (slanke zegge, inheems), Geum rivale (knikkend nagelkruid, inheems, maar ook wel te vinden op landgoederen). Pulmonaria officinalis (gevlekt longkruid) komt voor in Midden- en Oost-Europa en is in Nederland een stinzenplant. Altijd heel aantrekkelijk voor de eerste hommelkoninginnen die vroeg in het voorjaar weer tevoorschijn komen.

In de Wilde Weelde Wereld zijn twee vijvers: eentje is natuurlijk, deze staat in contact met het polderpeil. De tweede is aangelegd met een bodem van EPDM-folie met daarop een pakket arm maaszand. Er staan nu kleine mooie plantjes, o.a. veldbies en de grote ratelaar.
Bij de twee vijvers zijn wilde planten ingezaaid en aangeplant. Niet alleen kruidachtige planten, maar ook verschillende heesters. In het folievijverdeel staan onder andere:

Rondom de grote vijver staan:
Struweel van wilde soorten
De struiken zijn vooral besdragend voor vogels en als waardplanten voor vlinders. Hazelaar, lijsterbes, sleedoorn, hondsroos, kraagroos (Rosa agrestis) egelantier (Rosa rubiginosa, blad ruikt naar appels), Gelderse roos (Viburnum opulus), rode kornoelje (Cornus sanguinea), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en de katwilg (Salix viminalis),
Een grote verzameling inheemse en wilde planten en enkele cultivars dus. Op 24 en 25 juni is er in de tuinen van Appeltern een plantenfestijn! We nodigen je op deze dagen van harte uit om ook langs te komen in de Wilde Weelde Wereld en zelf deze bijzondere tuin te onderzoeken en ervan te komen genieten.
Tekst: Gerdien Griffioen, Foto’s: Margo van Beem